Overprikkeling: alles wat je kind de hele dag droeg, valt in één keer.
Eerste hulp bij overprikkelde kinderen
Half vier. De deur gaat open. De tas valt op de grond, de jas ernaast. Je vraagt heel vriendelijk hoe het vandaag was. En dan barst het los: geschreeuw, een dichte deur, of een kind dat op de bank ligt en nergens meer op reageert.
Je staat in de gang met die jas in je hand en denkt: wat heb ik nou verkeerd gedaan? Het antwoord is: niks. Je ziet een overprikkeld kind. In deze blog lees je wat er op zo'n moment in je kind gebeurt, en vooral: wat jij dan kunt doen.
Liever kijken? In de video laat ik met een stapel knuffels zien wat er gebeurt bij overprikkeling. Bekijk hier de video hier boven
Stel je een kind voor dat 's ochtends opstaat. Uitgerust, met lege armen. Dan begint de dag, en bij alles wat er gebeurt krijgt het een knuffel in zijn armen.
Een gehaast ontbijt. Fietsen door druk verkeer. Een klas met dertig kinderen die praten. Stoelen die schuiven. Een rekentoets. Een opmerking op het plein die net even pijn deed. Een juf die vandaag wat strenger klinkt.
En het kind houdt alles vast. Op school wil je het goed doen, erbij horen, niet opvallen. Dus het houdt vast, en vast, en vast.
Tot er nog één bij komt. Iets kleins: de verkeerde beker, een vraag op het verkeerde moment. En dan valt alles.
Dát is overprikkeling. Niet die ene knuffel, maar alles wat je kind de hele dag al droeg. Daarom ziet het er vaak zo onlogisch uit. Je kind ontploft om een beker, en jij denkt: dat is toch niks? Klopt. Maar die beker was de knuffel die er net niet meer bij kon.
En het gebeurt vaak thuis, bij jou. Niet omdat jij iets fout doet, maar omdat het bij jou veilig is om los te laten.
Niet elk kind laat de knuffels op dezelfde manier vallen.
Die laatste groep missen we het vaakst. Ze lijken rustig, maar hun armen zijn net zo vol.
Je kind staat daar. De knuffels liggen op de grond. Wat doe je dan?
Jij hebt ook een hele dag gehad. Werk, boodschappen, het eten nog maken. Jouw armen zijn ook vol. Laat je kind alles vallen, dan laat jij vaak ook iets vallen. En dan liggen er ineens twee stapels knuffels in de keuken.
Zak dus eerst in je lijf. Adem één keer diep in en heel lang uit. Laat je schouders zakken en voel je voeten op de grond. Zak daarna ook letterlijk: door je knieën, op ooghoogte. Een volwassene die boven een kind uittorent, is voor een overprikkeld lijf óók een prikkel. Een volwassene die zakt, zegt zonder woorden: het is veilig, ik ben niet boos, ik ben hier.
Je kind kan zichzelf op dat moment niet kalmeren. Het leent jouw rust.
Het is verleidelijk om te gaan praten. "Wat is er dan? Waarom doe je zo?" Maar elke vraag is weer een knuffel, voor een kind dat niks meer kan dragen. Gebruik minder woorden en een zachtere stem. Zet de tv uit en het licht een beetje lager.
Ga niet weg, maar dring je ook niet op. Blijf naast die stapel knuffels zitten en zeg: "Ik ben hier. Je hoeft niks."
Overprikkeling zit niet in het hoofd, maar in het lijf. Een glas water helpt, iets te eten, een zwaar dekentje. Of juist bewegen: springen, rennen. Het ene kind moet de spanning eruit bewegen, het andere moet even onder een deken verdwijnen. Jij kent je kind.
Niet nu, maar later, als het rustig is. Dan kun je samen naar de knuffels kijken. "Wat had je vandaag allemaal bij je? Welke was het zwaarst?" Geen preek, geen straf. Gewoon samen kijken.
Ouders vragen me vaak hoe hun kind meer kan dragen. Ik stel liever een andere vraag: wat kan eraf?
Kijk eens naar de dag van je kind, knuffel voor knuffel. Welke moet er echt bij, en welke niet?
Je kind draagt daarna nog steeds knuffels. Dat hoort bij het leven. Maar er is weer ruimte om die ene onverwachte knuffel op te vangen, zonder dat alles valt. Schrappen is niet opgeven. Schrappen is ruimte maken.
Wat ook helpt: elke dag een moment waarop je samen de knuffels neerlegt. Daarvoor heb ik mijn slaapverhalen gemaakt, de binnenwereldreizen. Ik ben ermee begonnen voor onze eigen pleegkinderen, voor wie de avond niet altijd een veilig moment was. Inmiddels zijn het er zes.
Voor een overprikkeld kind zou ik beginnen met De Golvenbel. Je kind drijft op een luchtbed over rustige golven en blaast met zijn eigen adem een bel om zich heen. Daarin is het veilig en stil, en de drukte van de dag blijft buiten.
Zit het hoofd van je kind 's avonds nog vol? Dan is er Het Paddenstoelhuisje. Daar legt je kind elke gedachte als een houtje in een klein haardvuurtje, één voor één. Zodat het de volgende ochtend weer met lege armen kan beginnen.
Je vindt alle binnenwereldreizen in Gelukkige Kinderen, Gelukkige Ouders.
Een overprikkeld kind is geen lastig kind. Het is een kind dat te veel heeft moeten dragen. Op het moment dat alles valt, heeft het geen preek nodig, geen straf en geen uitleg. Het heeft iemand nodig die zegt: "Kom. Leg maar neer. Ik ben hier."
Nog even op een rij:
En kijk elke dag: wat kan eraf?
Bekijk de video. Wil je zien hoe die knuffels vallen? Bekijk hier de hele aflevering.
Verder aan de slag? In Gelukkige Kinderen, Gelukkige Ouders werken we stap voor stap aan meer rust in het gezin. Wil je liever eerst even overleggen over jouw kind? Plan een gratis belafspraak.
Veel ouders proberen het zelfvertrouwen van hun kind te versterken met complimenten, maar dat werkt…
Mijn kind luistert niet en ik verlies mijn geduld. In dit blog lees je waarom…
Een jongen met een sterke wil en een vol hoofd botst vaak met grenzen en…
Achter verdrietig of boos gedrag van een kind zit vaak meer dan je aan de…
Veel kinderen laten boosheid zien waar eigenlijk verdriet, spanning of machteloosheid onder zit. Boosheid is…
Een kind voelt niet wat je zegt, maar wat je uitstraalt. Veiligheid ontstaat niet door…