📥 Gratis checklist zelfbeeld Ontdek in één oogopslag hoe het zelfbeeld van jouw kind ervoor staat — met herkenbare signalen en praktische tips. 👉 Download de gratis checklist
🎁 Gratis challenge: Praten met kinderen over gevoelens Leer in 10 dagen hoe je makkelijker met je kind praat over wat er van binnen speelt. 👉 Meld je gratis aan
🌱 Online programma: Bouwen aan Zelfvertrouwen In vijf weken werk je samen met je kind aan kwaliteiten, zelfstandigheid en innerlijke grip. Direct te starten. 👉 Bekijk het programma
Wat werkt écht bij kinderen met weinig zelfvertrouwen? Jouw kind staat aan de zijlijn terwijl alle andere kinderen meedoen. Of het komt thuis en zegt: “Ik kan dat toch niet. Ik ben nergens goed in.” Je probeert het te bemoedigen, complimenten te geven, te laten zien hoe knap het is. Maar het lijkt niet te landen. Herkenbaar?
Als kindertherapeut zie ik dit patroon regelmatig. Ouders die hun kind zo graag willen helpen en die van alles proberen , maar merken dat het zelfvertrouwen van hun kind maar niet groeit. Soms lijkt het zelfs eerder af te nemen.
In dit blog leg ik uit waarom dat gebeurt. Wat zelfvertrouwen bij kinderen écht is. Waarom goedbedoelde complimenten soms averechts werken. En, belangrijker, wat je als ouder wél kunt doen.
Weinig zelfvertrouwen bij kinderen ziet er niet altijd hetzelfde uit. Soms is het stil en teruggetrokken: een kind dat niet meedoet, dat liever toekijkt, dat steeds vraagt of het wel goed is. Maar soms is het juist luid en dwars: een kind dat boos wordt als iets niet lukt, dat opgeeft voor het begint, dat anderen de schuld geeft als er iets misgaat.
Beide vormen komen voort uit hetzelfde: een kind dat diep van binnen twijfelt aan zichzelf. Wat ouders dan vaak doen, begrijpelijk en goedbedoeld, is extra aanmoedigen. Extra complimenten geven. “Wat doe jij dat goed!” of “Jij kunt alles als je maar wil!” Maar als dat weinig uithaalt, ligt dat niet aan jou als ouder. Het ligt aan hoe zelfvertrouwen werkt.
Dit is iets wat ik ouders altijd uitleg, omdat het zoveel duidelijk maakt. Zelfvertrouwen bij kinderen bestaat niet uit één ding. Het heeft twee lagen, en ze werken allebei anders.
De eerste laag: vertrouwen in kunnen. Dit is het vertrouwen dat je iets kunt. “Ik kan fietsen. Ik ben goed in tekenen. Ik snap rekensommen.” Dit is de laag waar de meeste complimenten op ingrijpen. En die complimenten zijn ook niet verkeerd , maar ze zijn niet genoeg.
De tweede laag: zelfwaardering. Dit is het gevoel van: ik ben oké zoals ik ben. Niet omdat ik iets goed doe, maar gewoon, ik mag er zijn. Ik ben de moeite waard, ook als ik iets niet kan. Ook als ik verlies. Ook als ik een fout maak.
Veel kinderen met weinig zelfvertrouwen hebben niet per se een probleem met de eerste laag. Ze weten best dat ze sommige dingen kunnen. Maar ze worstelen met de tweede. Ze hebben het gevoel dat ze er pas écht bij horen als ze presteren. Als ze de beste zijn. Als ze iets goed doen.
En wat doen we als ouders? We geven extra complimenten op het moment dat het goed gaat. Wat een kind dan onbewust leert: ik word gezien en gewaardeerd als ik presteer. En dat versterkt precies het idee dat ze er alleen bij horen als het goed gaat.
Stel je voor dat jouw gevoel van eigenwaarde elke dag opnieuw afhangt van hoe goed je je werk hebt gedaan. Dat je elke ochtend opstaat met de vraag: ben ik vandaag goed genoeg? Dat is uitputtend voor een volwassene. Voor een kind van zes of acht jaar is het overweldigend.
Dat betekent niet dat je moet stoppen met complimenten geven. Maar het verklaart wel waarom complimenten op zichzelf niet genoeg zijn om het zelfvertrouwen van je kind structureel te versterken. Complimenten zijn van buiten. Zelfvertrouwen komt van binnen.
Een kind dat alleen leert dat het goed is als jij zegt dat het goed is, wordt afhankelijk van bevestiging van anderen. Op de basisschool van de juf. Later van vrienden, van social media, van een partner. Het kind heeft nooit geleerd om zelf te voelen: ik ben oké.
Wat we willen opbouwen is een intern kompas. Een gevoel van eigenwaarde dat niet staat of valt met wat anderen vinden of met wat er die dag goed of fout ging. Dat opbouwen kost tijd. Maar er zijn concrete dingen die je als ouder kunt doen die écht helpen.
Dit is een kleine verschuiving in taal die een groot verschil maakt.
In plaats van: “Wat heb jij een mooie tekening gemaakt!” Zeg je: “Ik zie dat je er echt je best op hebt gedaan. Je hebt zo lang doorgewerkt.”
In plaats van: “Je bent zo slim!” Zeg je: “Je hebt dat probleem niet opgegeven. Dat vind ik stoer van je.”
Wat je daarmee doet: je koppelt jouw aandacht los van het resultaat. Je kind leert dat het de moeite waard is omdat het iets probeert, doorzet, nadenkt, niet alleen omdat het iets goed doet.
In de psychologie noemen we dit een groeimindset. Onderzoek laat zien dat kinderen die zo worden aangesproken veerkrachtiger zijn. Ze durven meer te proberen, omdat falen niet voelt als een aanval op wie ze zijn. Falen wordt iets wat bij leren hoort, niet iets wat bewijst dat ze niet goed genoeg zijn.
Let er de komende week eens op hoe vaak je een compliment geeft over een resultaat. En probeer het één keer te vervangen door een compliment over de inzet. Je zult merken dat het anders landt.
Zelfvertrouwen groeit niet alleen door te hóren dat je goed bent. Het groeit door te ervaren dat je iets kunt bijdragen.
Er is een groot verschil tussen een kind vertellen dat het waardevol is, en een kind laten ervaren dat het waardevol is. Dat tweede doe je door je kind echte verantwoordelijkheid te geven.
Niet nep-taken om ze bezig te houden. Echte taken, waarvan jij als ouder ook echt merkt dat ze gedaan zijn. De tafel dekken. De hond uitlaten. Helpen bij het koken. Een jongere broer of zus iets uitleggen. De boodschappen uit de auto halen.
Als een kind merkt: “Zonder mij loopt dit niet goed”, dan groeit het gevoel van eigenwaarde van binnenuit. Dat gevoel van “ik doe ertoe, ik ben nuttig, ik kan iets” is veel duurzamer dan complimenten van buitenaf.
Begin klein. Geef je kind één vaste taak die écht iets betekent in het gezin. Bedank het niet overdreven, maar wél oprecht. En laat het merken wat er gebeurt als die taak niet gedaan wordt.
Dit is er een die ouders vaak verrast, maar die heel krachtig is.
Als jij als ouder nooit fouten maakt, of ze in ieder geval nooit benoemt, dan leert je kind onbewust: fouten horen er niet bij. Fouten zijn erg. Als ik een fout maak, is er iets mis met mij.
Maar als jij zegt: “Ik heb vandaag iets fout gedaan op mijn werk. Dat vond ik even lastig. Maar ik heb nagedacht over wat ik anders kon doen, en ik heb het opgelost.” , dan laat je zien dat fouten normaal zijn. Dat je er doorheen kunt komen. Dat ze niet bepalen wie je bent.
Of: “Ik vond het ook spannend om dat te doen. Ik was ook even onzeker.” Daarmee laat je zien dat onzekerheid bij het leven hoort, ook voor volwassenen. Dat het geen teken is van zwakte, maar van menselijkheid.
Kinderen leren niet alleen van wat je zegt. Ze leren van wat ze jou zien doen en voelen. Als jij jezelf toestaat om feilbaar te zijn, geef je je kind toestemming om dat ook te zijn.
De drie tips hierboven helpen bij de meeste kinderen. Maar ik wil ook eerlijk zijn over wanneer het meer is.
Er zijn kinderen waarbij het lage zelfvertrouwen zo diep zit dat het dagelijks functioneren belemmert. Ze durven niet meer naar school. Ze trekken zich terug van vriendjes. Ze worden somber, of juist heel boos , als een soort verdediging tegen de pijn van het niet goed genoeg voelen.
Soms zit er achter het lage zelfvertrouwen iets anders: een nare ervaring op school, pestgedrag dat al een tijdje speelt, faalangst die steeds groter wordt, of onzekerheid die is opgebouwd over meerdere jaren.
In die gevallen helpen complimenten en taken niet genoeg. Dan is het fijn als iemand van buiten met je kind gaat werken. Niet omdat jij het fout hebt gedaan, maar omdat een kind soms makkelijker iets bespreekt met iemand die niet zijn ouder is. Iemand die geen geschiedenis heeft, geen verwachtingen, en puur aanwezig is voor het kind.
Als je merkt dat je kind vastloopt en je weet niet meer wat je moet doen, dan is dat het moment om hulp te zoeken. En dat is geen teken van falen als ouder. Dat is precies wat goede ouders doen.
Zelfvertrouwen opbouwen bij kinderen is geen kwestie van één gesprek of één compliment. Het is iets wat groeit door honderden kleine momenten, een reactie hier, een taak daar, een eerlijk gesprek tussendoor.
Maar het goede nieuws: je hoeft het niet perfect te doen. Je hoeft alleen iets te verschuiven. En die verschuiving begint vandaag.
📥 Gratis checklist zelfbeeld Ontdek in één oogopslag hoe het zelfbeeld van jouw kind ervoor staat — met herkenbare signalen en praktische tips. 👉 Download de gratis checklist
🎁 Gratis challenge: Praten met kinderen over gevoelens Leer in 10 dagen hoe je makkelijker met je kind praat over wat er van binnen speelt. 👉 Meld je gratis aan
🌱 Online programma: Bouwen aan Zelfvertrouwen In vijf weken werk je samen met je kind aan kwaliteiten, zelfstandigheid en innerlijke grip. Direct te starten. 👉 Bekijk het programma
Mijn kind luistert niet en ik verlies mijn geduld. In dit blog lees je waarom…
Een jongen met een sterke wil en een vol hoofd botst vaak met grenzen en…
Achter verdrietig of boos gedrag van een kind zit vaak meer dan je aan de…
Veel kinderen laten boosheid zien waar eigenlijk verdriet, spanning of machteloosheid onder zit. Boosheid is…
Een kind voelt niet wat je zegt, maar wat je uitstraalt. Veiligheid ontstaat niet door…
Veel ouders denken dat ze altijd consequent moeten zijn om hun kind goed op te…